Deze Positieve Melodie

Vocalen: Ferry Heyne, Borriegineel
Tekst: Borriegineel
Productie: Royal with Cheese
Gitaar: Frenky Lukken
Drum: Joshua Pesulima

Ferry Heyne
Hij nestelt zijn valse kop in zijn veren en trekt zich, gekrenkt in zijn trots, terug op de adelaarsrots. Schier ongemerkt is schaamrood zijn schutkleur geworden. Vals en verbitterd, als een versleten kraai met snavelzeer en kreupele vleugels, kermt hij zijn kwellende jammerklacht. Want ooit was hij een onverschrokken strijder, wiens spanwijdte zelfs vijandelijk territorium moeiteloos overschaduwde. Ja, in een glorierijk en ver verleden werden de drie musketiers belichaamd door deze meest gevreesde koningsarend – allen in één! In zijn imperium geurden de vrouwen het zoetst, sprankelde de drank het heftigst, en dansten opgetogen onderdanen vierentwintig uur per dag in de prachtigste cadansen.

Maar de strijd is verloren. Het is helemaal voorbij en alles is voor niets geweest. Vanochtend heeft hij zijn meerdere moeten erkennen – en niet eens in iemand anders. Want sinds deze morgen werkt zijn staart niet meer. Plots is alle fut eruit verdwenen. En wat stelt een man eigenlijk nog voor, zonder zijn ferme, fier kwispelende staart?! Hemeltergend strekt zijn geweeklaag zich uit over de sombere verte, totdat de zon voorgoed achter de horizon is verdwenen. Verslagen sluit hij zijn oogleden en vestigt al zijn hoop op een milddadiger hiernamaals.

Borriegineel
Uitermate zenuwachtig en vertwijfeld tuurt hij haastig om zich heen. Zou het gezien zijn? Weifelend verzet hij enkele vlugge pasjes – alleen maar om onmiddellijk halt te houden zodra hij zijn evenwicht dreigt te verliezen. En zo raakt hij alsmaar verder achter op zijn potentiële zelf, die stug doorloopt en daarin zijn balans vindt. (Zucht.) ‘Vermoeiend.’ Via de treurig woekerende klimop werpt hij een angstvallige blik naar boven langs de hemelhoge stadswal, en voelt zich eenzaam en nietig. Het is alsof hij niet bestaat, zoals voorbijgangers één voor één door hem heen lijken te kijken – maar dat doen ze alleen maar om zijn ziel te lokaliseren en vervolgens meedogenloos te vertrappen. (Zucht.) ‘Ze snappen me echt niet.’

(Grom.) ‘Ze snappen me toch niet,’ stelt hij onbewogen vast. Hij kijkt eens om zich heen en ziet hoe al die bedrukte blikvelden de zijne trachten te kruisen. Eén voor één drukken ze doodsangst uit. En dat is waarom deze individuen hun zieltjes met neergeslagen oogleden proberen te verbergen – maar juist daarom zijn ze zo zielig! Resoluut staat hij op en overziet de duizendtallen sterfelijke kruintjes, die driftig krioelend doelloos ronddolen. Sinds hij die trage mensenmassa definitief is ontstegen, lijkt de vaste grond onder zijn voeten verdwenen. Zweven is daarom niet langer een keus meer; het is simpelweg hoe hij zichzelf op de been houdt. Want nu hij de lucht heeft geklaard, is dát de plaats waar hij rustig adem kan halen, zonder de vervuiling van leugens, bedrog en misleiding naar binnen te snuiven.

Ferry Heyne
Dat is het moment waarop hij ontwaakt. Versuft kijkt hij om zich heen. De storm is gaan liggen. De serene rust doet pijn aan zijn ogen. Hij haalt eens diep adem en zuigt zo de zoete lucht zijn longen binnen. Ergens in de verte hoort hij zingend gevogelte gestaag klapwieken. Nee, hij raakt de meeste noten net niet helemaal – maar allemachtig, wat klinkt zijn zang aanstekelijk gretig en levenslustig! Hij springt overeind, zijn krakende rug rechtend. Deze reis mag me dan tien jaar van mijn leven gekost hebben, ik voel me jonger dan ooit tevoren. Mijn herboren ziel is als een warme kruik, de geest is leeg, en het lichaam loopt over van energie. Laat dit dan maar als aanvangspunt voor een nieuw leven dienen.

Aldus beweegt zich deze vreemde vogel vreedzaam huiswaarts, waar zijn geborgen, warme nestje lonkt. Gemoedelijk keert een oude, wijze condor de wijde buitenwereld voor de allerlaatste maal zijn ontzagwekkende rug toe. De glazen voordeur van zijn woning weerkaatst zijn donkere gelaat. Hij werpt zijn reflectie een gulle glimlach toe en draait hij zich nog één keer om. Met een zonnige, licht oranje tint op zijn gezicht, staart hij vredig voor zich uit, rustig kwispelend, en neemt het duister in de vertes voor en achter zich moeiteloos voor lief.

Lees hier de tekst van Als Een Grauwe Gift, het zesde nummer van Lafbekken & Lefballen.