Eerste artikel over hiphop

In 2010 behaalde ik mijn mastertitel aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ik studeerde af op een scriptie over hiphop. Drie jaar daarvoor publiceerde ik voor het eerst een wetenschappelijk beschouwing over hiphop in het tijdschrift Kunst & Wetenschap. Hierin bespreek ik een aantal basisbegrippen uit de hiphopcultuur. Je kunt het artikel hieronder lezen.

The ‘it’ in ‘keeping it real’: een beschouwing over cultureel purisme in hiphop

Hiphop is een puristische manier van leven. Eén van de belangrijkste taken die een rapper met zich meedraagt, is om loyaal te zijn – en dat vooral te blijven! – aan de cultuur. Om met de woorden van insiders te spreken: ‘you gotta keep it real.’ Een rapper die zijn afkomst verloochent loopt het risico onverbiddelijk te worden afgeschreven door zijn cultuurgenoten. Er zijn enorm veel verschillende manieren waarop een rapper zijn credits kan verspelen. Maar de enige wijze waarop hij dat kan voorkomen, is door zijn onvoorwaardelijke liefde te tonen voor de cultuur en haar elementen.

De vier elementen en de rapper

Hiphop is een omvangrijke stroming. Het is gedurende de vroege jaren zeventig uit Jamaica overgewaaid naar de achterstandswijken van New York. Daar ging de zwarte bevolking de cultuur gebruiken om de lokale problematiek te vergeten. Hiphop bestaat uit vier elementen: rap (beoefend door de MC), turntablism (beoefend door de DJ), breakdance (beoefend door de breakdancer) en graffiti (beoefend door de graffitiwriter). Hoewel lang niet iedereen deze straatcultuur waardeert – rappers zouden te grof in de mond zijn en graffitiwriters begaan illegale praktijken –, is hiphop inmiddels uitgegroeid tot een cultuur waarvan de elementen wereldwijd beoefend en bemind worden.

Over die elementen en hun herkomst zijn boekenreeksen vol te schrijven. Dit stuk focust zich uitsluitend op rap, in het bijzonder op de MC (synoniem voor ‘rapper’). Die term staat voor Master of Ceremony en stamt uit de beginperiode van hiphop, toen de MC de taak had om de muzikale set van de DJ – toen nog hoger in rang dan de MC – zo origineel mogelijk te presenteren. Uit die activiteit is het rappen ontstaan zoals wij dat nu kennen. Naarmate de tijd is gevorderd heeft de rapper zich een prominentere rol toegeëigend dan de DJ.

Omdat ook rap een buitengewoon omvangrijk verschijnsel is, beperkt dit artikel zich tot een kenmerkende maatstaf waaraan de kwaliteit van MC’s afgemeten wordt: cultureel purisme. Met andere woorden: de eis dat een rapper de hiphopcultuur met inbegrip van haar historie en haar elementen (expliciet) respecteert. Natuurlijk is het onmogelijk om een totaalbeeld te schetsen. Daarom is ervoor gekozen om de hang naar purisme toe te lichten aan de hand van een aantal willekeurig gekozen rappers of acts die zeer bewust met de cultuur omgaan. Deze opbouw heeft als functioneel gevolg dat enkele minder puristisch ingestelde rappers automatisch ook aan bod komen.

Waarom eigenlijk purisme?

Een fundamentele overweging waarom een rapper zo oprecht mogelijk tracht te blijven is om te voldoen aan de code van een mannencultuur: een echte man houdt z’n rug recht. Er zijn veel andere beweegredenen te bedenken – zoals verbondenheid met de slavernij (gespiegeld in de oorspronkelijk zwarte hiphopcultuur tegenover de overwegend blanke muziekindustrie), trouw aan God of verzet tegen de mainstream. In dit artikel blijven de verscheidene motieven onbesproken, mede omdat ze vaak in elkaar overlopen: iemand die z’n rug recht houdt blijft zich – vanzelfsprekend – tot de dood verzetten tegen de mainstream in al zijn hoedanigheden. Daar behoren ook de hypocriete muziekindustrie en de ongelovige massa toe. Het is mogelijk dat buitenstaanders deze materie nogal abstract, willekeurig of irrelevant in de oren klinkt. En aangezien voorbeelden altijd ter verduidelijking en nooit als bewijsgrond moeten dienen, is het raadzaam om het belang van cultureel purisme binnen hiphop aan de hand van praktijkvoorbeelden toe te lichten.

It’s bigger than hiphop

Dead Prez is afkomstig uit Florida en bestaat uit de rappers M1 en Stic.Man. Zij bijten zich consequent, bijna obsessief, vast in maatschappelijke misstanden in Amerika, met name omtrent de minderwaardige positie van zwarte burgers. Daar moet verandering in komen. De mannen hebben hun wortels liggen in Afrika (‘I wasn’t born in Ghana, but Africa is my mama’, vertelt M1 op African) maar zijn opgegroeid in Amerikaanse getto’s. Ze maken een bijzonder verbeten indruk: als de beoogde revolutie niet goedschiks plaatsvindt, dan maar kwaadschiks. Het tweede album van Dead Prez draagt dan ook niet toevallig de titel RBG; deze multi-interpretabele afkorting staat bijvoorbeeld voor Red, Black, Green (de kleuren van de Pan-Afrikaanse vlag), maar ook voor Revolutionary But Gangster.

Dead Prez roept de groep hypocriete gangsterrappers (MC’s die criminaliteit verheerlijken) waar hiphop door geplaagd wordt, expliciet op om zich rechtlijnig op te stellen en mee te werken aan de revolte: ‘If you’re coming gangster, than bring on the system and show that you’re ready to ride’, luidt het refrein van Hell Yeah. Vrij vertaald en in bredere context geplaatst omvat die zin de volgende oproep: als je jezelf als gangster opstelt, focus je dan op het (politieke) systeem en toon aan dat je opofferingsgezind bent. Elders tracht het tweetal duidelijk te maken dat het gevecht dat veel (zwarte) rappers tegen wil en dank leveren – een strijd die vaak draait om erkenning vanuit de hogere klassen – in een groter perspectief geplaatst moet worden. ‘It’s bigger than hiphop’, concludeert het duo in een vermaarde track met de veelzeggende titel Hiphop.

Pop goes the weasel

Acts als Dead Prez baseren hun volledige ideologie op de eis dat iemand oprecht dient om te springen met de cultuur – of het nu hiphop betreft of cultuur in een bredere zin – waar hij of zij gebruik van maakt. Andere rappers gebruiken loyaliteit eerder als algemene voorwaarde, een argument op basis waarvan ze zich distantiëren van acts die hiphop verloochenen. Het is eenvoudig urenlang uit te wijden over conflicten die berusten op het verwijt dat een ander niet loyaal genoeg is aan de hiphopcultuur. Een goed voorbeeld hiervan is de diss (een track waarin iemand zo ongenadig mogelijk de grond in geboord wordt) Pop Goes The Weasel uit 1991 van 3rd Bass, een formatie bestaande uit twee blanke rappers en een zwarte DJ, aan het adres van de eveneens blanke Vanilla Ice – de man achter de megahit Ice Ice Baby van een jaar eerder.

3rd Bass verwijt Vanilla Ice in de betreffende diss dat hij hiphop (de autonome cultuur die bestaat bij de gratie van het straatleven) aan de mainstream verkocht heeft, met als gevolg dat de cultuur langzamerhand afhankelijk wordt van de commercie, in navolging van de zo gehate popmuziek. MC Serch, een van de rappers van 3rd Bass, rapt letterlijk: ‘Hiphop got turned into hit pop, the second a record was number one on the pop charts.’ En dat juist een welvarende blanke voor die verloedering verantwoordelijk is schiet de meeste hiphoppers in het verkeerde keelgat.

Met zijn wereldhit verloochent Vanilla Ice de grond waarop hij bouwt, redeneert 3rd Bass. Het is overigens ironisch dat de groep uitgerekend met dit nummer zelf een hit scoort: de single bereikt in 1991 de 29ste plek in de Billboard Hot 100, de belangrijkste hitlijst van de Verenigde Staten. Als gevolg daarvan verwerft het album dat de single bevat in hetzelfde jaar een gouden status. De pot lijkt de ketel dus te verwijten dat hij zwart ziet, ware het niet dat de mannen van 3rd Bass hun succes geboekt hebben door een pure plaat uit te brengen in plaats van een pakkende single die slechts op verkoopcijfers gericht is.

Shallow days

Een hiphopact die zich op een meer spiritueel niveau begeeft dan voornoemde artiesten, is Blackalicious uit California. Dit tweetal creëert een schijnbaar luchtige sfeer, die bij nadere beschouwing moeilijker te doorgronden blijkt dan op het eerste gehoor duidelijk wordt. Eén van de oorzaken is de onnavolgbare rapper Gift of Gab. Het is meer dan eens voorgekomen dat toeschouwers tijdens zijn optreden buiten adem raakten door alleen maar naar zijn raps te luisteren; zelf lijkt de man nooit te ademen waardoor zijn publiek dat ook vergeet.

Gift of Gab is zich op meerdere vlakken bewust van het belang om oprecht te zijn en om de cultuur te beschermen. In Shallow Days schetst hij een ontmoeting met een toevallige passant die hem herkent. De beschreven dialoog heeft betrekking op de loyaliteit van de rapper, zowel aan zichzelf als aan hiphop: ‘Time and time, a brother asks why the rhyme is not laced with a gangsta touch.’ Het antwoord is even eerlijk als eenvoudig: ‘Simply because I don’t live that way.’ De gespreksgenoot blijkt een andere opvatting van oprechtheid te koesteren: ‘But that won’t sell, cause you got to keep it real, so that we can feel where you’re coming from. Because these streets is ill. So if you ain’t killing niggas in rhymes, your whole sound is just bubble gum.’ Vanuit zijn perspectief is het vooral belangrijk of de luisteraar herkenning vindt in de teksten die Gift Of Gab rapt. Blijkens de reactie ligt er evenwel een overdachte filosofie ten grondslag aan de woorden van de rapper: ‘I won’t contribute to genocide; I’d rather try to cultivate the inner side, and try to evolve the frustrated ghetto mind.’

De MC uit California streeft duidelijk een nobel doel na (en verwoordt dat in prachtige broken language): hij tracht arme gettobewoners aan het denken te zetten. Het draait er niet om of ze hun huidige toestand herkennen, maar dat ze een betere situatie nastreven. Gift of Gab is trouw aan zijn levensopvattingen en weigert aan het stereotiepe beeld van criminele rapper te beantwoorden, een voorstelling die door zijn gesprekspartner vreemd genoeg wel als oprecht wordt beschouwd.

Rapper met baard en buik

Iemand die heel anders met purisme omgaat is Sage Francis uit Providence. Alleen al met zijn voorkomen neemt deze rapper alle stereotypen van hiphop op de hak. Hij is geen stoere, gespierde man die gouden kettingen draagt en talloze dames versiert. Op het eerste gezicht lijkt hij een doorsnee Amerikaan met een kalend blank hoofd, een baard en een dikke buik. Tot het moment dat hij zijn vaardigheden tentoonspreidt wijst niets erop dat men hier met een uiterst getalenteerde rapper van doen heeft.

Francis heeft er een sport van gemaakt verwijzingen in zijn tekst te verwerken die slechts door insiders thuis te brengen zijn. Hij leent zich er dan ook uitstekend voor om een laatste manier te schetsen waarop een rapper zijn verbondenheid met hiphop uitdraagt: namelijk door zijn respect voor andere acts zo inventief mogelijk uit te spreken. Eigenlijk is dit de tegengestelde richting van Pop Goes The Weasel, waar de artiest zijn purisme juist aantoont door zich af te scheiden van wie de cultuur verloochent.

Sage Francis heeft daar overigens ook een handje van. Wanneer bijvoorbeeld de bekende mainstream rapper Jay-Z zijn eigen status als onweerstaanbare pooier verheerlijkt door te stellen: ‘I got 99 problems, but a bitch ain’t one’, parodieert Francis hem met hetzelfde gemak: ‘I know 99 rappers, but Jay-Z ain’t one.’

Onder de naam Non-Prophets heeft Francis een plaat uitgebracht die werkelijk barst van de verwijzingen. Interessant is dat hij zijn respect niet altijd toont door zich positief uit te laten over de artiest in kwestie. Zo bevat het, door insiders als mijlpaal beschouwde, album The 36 Chambers van Wu-Tang Clan uit New York een intermezzo waarop een van de leden, Raekwon, zeer overdreven stottert. Francis gebruikt dat om de oprechtheid van een andere rapper in twijfel te trekken: ‘Now you sound faker than Raekwons stutter!’ Hoewel dat niet erg positief klinkt, canoniseert de rapper het betreffende album op deze manier wel – men behoort te snappen op welke ‘stutter’ hij doelt.

Conclusie

Tot slot nog een aantal woorden om een even wonderlijke als wrange paradox aan te stippen. De laatste jaren is er van de hiphopcultuur een beeld ontstaan, gebaseerd op artiesten die door puristen als verraders worden beschouwd. Rappers als Lange Frans, Ali B en Brainpower worden door de underground verweten hiphop te misbruiken ten behoeve van hun eigen exposure. Aan die kritiek wordt vrijwel nooit ruchtbaarheid gegeven. Zo ontstaat de bizarre situatie dat het publiek een hekel krijgt aan hiphop terwijl het die afkeer baseert op rappers die door de underground van hetzelfde genre eveneens gehaat worden om het verwerpelijke imago dat ze zich aanmeten. Helaas moeten nu ook de puristen zich weren tegen vooroordelen die in de wereld zijn gebracht door rappers die de cultuur niet begrijpen. En laat dat nou net gebeuren in een cultuur waarin purisme zo hoog in het vaandel staat…