Masterscriptie over hiphop

In 2010 studeerde ik af bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ik was de eerste neerlandicus die een masterscriptie over hiphop schreef. Je kunt mijn scriptie als pdf-bestand downloaden of hieronder lezen via de inhoudsopgave waar je doorheen kunt scrollen. Daaronder lees je hoe ik op het idee kwam om mijn scriptie over hiphop te schrijven.

Beef, cross-over en gimmickry: avant-gardestrategieën in de hiphopcultuur

Inhoudsopgave
  1. Voorwoord
  2. Inleiding
  3. Theorie
  4. Casussen
  5. Conclusie
  6. Bibliografie
Wat? Een masterscriptie over hiphop?

Een masterscriptie kan een behoorlijke bevalling zijn. Er kunnen zich verschillende momenten voordoen waarop je de handdoek in de ring wil gooien. Op zulke ogenblikken is het van groot belang om door te gaan. Het helpt daarbij om een onderwerp te kiezen dat je interessant vindt. Ik was dus op zoek naar iets wat me boeide én waarvan ik veel afwist. Aangezien ik op mijn dertiende werd gegrepen door het hiphopvirus had ik dat onderwerp gauw gevonden. Op dat moment werkte ik al jaren als recensent en interviewer voor Hiphopinjesmoel en TheBoombap, dat niet meer bestaat. Ik had ook een wetenschappelijk artikel over hiphop geschreven dat goed werd ontvangen door de lezers van dat blad. Het was echter maar de vraag of de hiphopcultuur als onderzoeksterrein voldeed aan de vereisten van mijn studie.

Op een goede dag las ik een betoog, geschreven door mijn hoogleraar Jos Joosten en zijn collega’s Geert Buelens en Thomas Vaessens. In het betreffende artikel, getiteld ‘Onwetende student wil graag leren’, pleiten zij ervoor om ‘zowel het literaire erfgoed als de belevingswereld van de studenten serieus te nemen.’ Het drietal vindt dat in, bijvoorbeeld, een collegereeks over oraliteit door de eeuwen heen logischerwijs ‘ook de hiphophit “Watskeburt?!” van de Jeugd van Tegenwoordig’ aan bod behoort te komen. Hoewel die specifieke hit nooit warme gevoelens bij mij heeft opgewekt, slaagde het artikel van de drie professoren daar overduidelijk wél in.

Mijn masterscriptie over hiphop richt zich op het eerste element: rap
Rap, turntablism, grafitti, breakdance: de vier elementen van hiphop
Avant-garde in hiphop

Enige tijd later bespraken Joosten en ik de mogelijkheid om een onderzoek naar rap­muziek uit te voeren. Vrij spoedig bereikten we overeenstemming over het definitieve onderwerp, namelijk avant-gardestrategieën in de hiphopcultuur. Daarbij ligt de focus op de rolbezetting binnen de hiphopwereld zoals die door middel van tekstuele uitingen gestalte krijgt. Ik kan me voorstellen dat dit vaag klinkt, maar een en ander wordt duidelijker als je mijn scriptie leest. Voor nu is het vooral belangrijk om te snappen dat ik mijn onderzoek heb beperkt tot rappers. Dat zijn immers de meest talige figuren uit de brede hiphopcultuur. Ik analyseer echter niet zozeer hun taalgebruik, maar vooral de manier waarop ze zich in hun raps tot elkaar verhouden. Nog specifieker: ik probeer te ontdekken of er in die teksten sprake is van avant-gardestrategieën. Wat dat zijn kun je lezen in het theoretisch kader.

Dat kader heb ik gebaseerd op twee boeken. Het eerste is The theory of the avant-garde, een studie van de Italiaanse literatuurwetenschapper Poggioli. Het tweede is Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip, een verzameling essays van de Franse socioloog Bourdieu. Op basis van deze theorieën werk ik een methode uit die ik toepas op zes casussen. Ik richt me primair op Nederlandstalige rap, maar heb ter vergelijking ook twee Amerikaanse en één Zuid-Afrikaanse casus in het onderzoek opgenomen. De casussen gaan over drie veelvoorkomende verschijnselen in de hiphopwereld: beef, cross-over en gimmickry.

Strategieën van rappers: wie is de man?

Het komt erop neer dat ik analyseer of rappers strategieën toepassen om binnen de hiphopscene macht en aanzien te verwerven. Centraal staat de vraag of die strategieën voldoen aan de vier kenmerken van avant-garde die Poggioli gesignaleerd en geformuleerd heeft. Na een uitvoerige toepassing van de methodiek op de casussen kom ik tot een opmerkelijke conclusie. Want jazeker, binnen de hiphopcultuur worden wel degelijk avant-gardistische strategieën toegepast, maar geen van de besproken artiesten voldoet aan alle kenmerken waaraan een verschijnsel volgens Poggioli moet beantwoorden om avant-garde genoemd te kunnen worden. Dat is vanuit sociologisch oogpunt vreemd te noemen.

Hoewel de conclusie voor zich spreekt liet ze mij met een onbevredigd gevoel achter. Mijn masterscriptie over hiphop was tevens een masterscriptie over avant-garde, en op dat laatste vlak bleven veel vragen onbeantwoord. Voortschrijdend inzicht bewoog mij er maanden later toe een artikel te schrijven waarin ik de theorie van Poggioli nog eens kritisch onder de loep neem. Hoewel dat stuk wellicht lastig te begrijpen is voor wie niet bekend is met de theorie van Poggioli, doet het prima dienst als bijlage bij de scriptie. Heel in het kort gaat het over een verschijnsel dat ik schijn-avant-garde noem en dat aan de hand van onder meer Common en Black Star omschreven wordt. Het is een poging om enerzijds de eenzijdigheid van Poggioli’s theorie bloot te leggen en anderzijds het wezen van hiphop te vatten.

Nog een masterscriptie over hiphop? Mwoah…

Als ik mijn scriptie nogmaals zou mogen schrijven, zou ik overigens voor een andere aanpak hebben gekozen. Dat zou er onder meer toe leiden dat ik Def P wél avant-gardist zou noemen en dat ik andere casussen zou gebruiken. Tevens zou het eerlijk zijn om hiphop uitgebreid met literatuur en schilderkunst te vergelijken. Dat zijn immers de stromingen waar Poggioli zich op baseert. Dit is allemaal voer voor vervolgonderzoek, maar dat laat ik voorlopig achterwege. Ik ben te blij dat ik mijn masterscriptie over hiphop heb afgerond en dat ik er nu weer over kan schrijven zonder me aan academische regels te hoeven houden.

Lees het voorwoord van mijn masterscriptie hier.