Lotgenoten

Het kon zijn dat hij zich vergiste. Ethan zat in zijn vensterbank en keek uit over de buurt. Hij meende haar te zien lopen op de brug over de Ringvaart, waar de Middenweg in de Linnaeusstraat overging. De brunette die hij dacht te herkennen heette Aster, was 33 jaar oud en zag eruit als een tienermeisje.

Hoewel ze ruim twintig meter van hem verwijderd was, zag hij dat ze in gedachten was verzonken. Ze slenterde over de stoep. Haar haren wapperden, net als het oranje jurkje dat ze droeg. Midden op de brug hield ze in, liep naar de rand en staarde over het water richting de Amstel. Ethan betwijfelde of het inderdaad Aster was.

Hij had haar pas één keer gezien. Drie maanden geleden raakten ze aan de praat op het dakterras van een hotel in West. Het gesprek duurde hooguit vijf minuten. Genoeg om te weten dat Aster en hij voorbestemd waren. Dat kwam door hoe ze naar hem keek en wat ze tegen hem zei.

Maar voordat ze nummers konden uitwisselen werd ze meegesleurd door een vriendin. Sindsdien had Ethan naar Aster gezocht. Een onmogelijke opgave. Hij was er niet eens zeker van of ze wel in Amsterdam woonde. Het enige wat hij van haar wist was haar voornaam en haar leeftijd. Helaas was ze onvindbaar op internet.

De afgelopen drie maanden had Aster zijn leven beheerst. Het verlangen om haar weer te zien was ondraaglijk geworden. Ethan begon het geloof te verliezen dat ze elkaar nog tegen zouden komen – tot hij de brunette op de brug zag. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes.

Ze draaide haar hoofd in zijn richting. Die beweging maakte aan alle twijfels een einde.

*

Hotel Ramada Apollo torende uit boven het Rembrandtpark. Ethan stond met een cocktail in zijn hand aan de rand van het dakterras en genoot van het uitzicht. Amsterdam maakte een zwoele indruk.

Hij grinnikte. Onderweg had hij nog zitten vloeken omdat het zo benauwd was. Ethan had zichzelf aangepraat dat hij de lente haatte. In werkelijkheid voelde hij zich tijdens dit seizoen vaak eenzaam. Een fietstocht door het Vondelpark, dat op een dag als deze bezaaid was met verliefde stelletjes, versterkte dat gevoel alleen maar.

In vijf minuten was de wereld veranderd. Asters glimlach had hem eraan herinnerd hoe betoverend het voorjaar kon zijn. Vanavond liet de hoofdstad zich van haar sensueelste kant zien. Er trok een warme windvlaag over het terras. Hij snoof de frisse geur van het park op. Aan de horizon weerkaatsten moderne kantoorgebouwen het zonlicht.

Tegelijkertijd voelde Ethan een steek in zijn maag.

Zou hij haar ooit weer zien?

*

“Waarom laat je me nou niet even met hem praten?” Aster liep achter Marije aan, die haar arm stevig vasthield.

“Ik heb een veel leukere jongen voor je gespot.”

“Denk je dat ik niet zelf kan bepalen wie ik leuk vind?”

“Blijkbaar moet ik je daar een beetje bij helpen.” Ze gingen de trap af, betraden de skybar en liepen door tot de laatste barkruk, waar een man met zijn rug naar ze toe zat.

“Joey, dit is Aster,” zei Marije.

De man draaide zich om. Ondanks zijn stoppelbaard zag hij er jonger uit dan Aster had verwacht. Hij keek haar aan met de mooiste ogen die ze ooit had gezien. Bleekblauw en toch helder.

Aster kon geen woord uitbrengen. Ze had zich wel vaker bekeken gevoeld, maar dit was anders – alsof hij dwars door haar pupillen heen haar ziel aanschouwde. Alleen haar lichaam was in staat om op zijn blik te reageren.

Joey grijnsde.

“Hoi Aster,” zei hij met een lage stem.

“Aster… Joey.” Marije wierp haar vriendin een scheef glimlachje toe. “Volgens mij maak ik me maar even uit de voeten.”

*

Pas een maand later sprak Aster voor het eerst met Joey af. Eigenlijk durfde ze niet. Zijn blik boezemde angst in.

Dagenlang had Marije op haar ingepraat. Ze had gezegd dat ze niet zo kieskeurig moest zijn. Dat ze zich maar wat inbeeldde en dat Joey precies haar type was. Hij zou het haar vast naar de zin maken.

Nu ze tegenover hem zat wist Aster zeker dat ze zich niets had ingebeeld. Ze kreeg het doodsbenauwd van zijn aanwezigheid. Haar lichaam begon te trillen als ze elkaar aankeken.

Gauw wendde ze haar gezicht af.

Joey bracht haar in verwarring. Hij maakte haar namelijk niet alleen bang.

Ze raakte ook opgewonden van hem.

En dat was zeldzaam. Meestal verveelden mannen haar al tijdens de eerste date. Niet dat ze die kerels oninteressant vond. De meesten zagen er goed uit en hadden een vlotte babbel. Ze waren te lief voor haar. Te zachtaardig. Ze behandelden haar te respectvol. Daardoor kon er geen fysieke klik ontstaan.

Sommige vriendinnen dachten dat Aster op foute mannen viel. Zelf wist ze dat dit niet het geval was. Ze haatte tatoeages, motoren en bruine kroegen. Het ging erom dat een man haar moest kunnen doorzien om haar diepste verlangens te bevredigen.

Ze keek Joey weer aan. Zijn bleekblauwe ogen perforeerden haar. Er trok een rilling langs haar ruggenwervel naar beneden. Opnieuw verscheen die grijns op zijn gezicht.

Aster voelde zich doorzien.

*

De handboeien zaten strak. Overal waren rode vlekken zichtbaar. Verse striemen.

Aster hijgde. Haar lichaam gloeide.

De eerste keer dat zij en Joey seks hadden besefte ze dat het fout was. Het voelde als een tweede ontmaagding, maar dan hardhandig – op het gewelddadige af. Toch kon ze er geen weerstand aan bieden. Achter de schaamte ging een intens genot schuil.

Sinds haar puberteit had Aster gevoeld dat het verlangen er zat. Joey was niet de eerste man die het herkende, wel de eerste die het wist te onthullen. Na één nacht was ze aan hem verslaafd. Wekenlang zag ze hem iedere nacht. Het werd hoe langer hoe heftiger. Hij voelde feilloos aan wat ze wilde.

De zweepslagen brachten haar in vervoering. Geleidelijk werd het wit voor haar ogen. Ze zag niets meer, hoorde niets meer, voelde niets meer.

Een minuut later kwam ze weer bij zinnen. De muur zat onder het bloed. De handboeien knelden. De striemen waren vleeswonden geworden. Deze pijn moest ondraaglijk zijn. Maar Aster was klaargekomen.

“Dit… heb ik nog nooit meegemaakt,” stamelde ze.

Joey staarde naar haar. Voor de verandering raakte ze niet opgewonden van zijn blik. Zijn bleekblauwe ogen stonden dof.

De afgelopen weken hadden ze zich als seksjunkies gedragen. Nu zag Joey eruit alsof hij een overdosis had genomen. Hij keek haar aan als een psychopaat.

Aster werd weer door angst bevangen.

*

“Heb je weleens drugs gebruikt?”

Marije nam een slok thee en gniffelde.

“Vroeger bijna wekelijks.”

“Seks met Joey is als coke.” Aster zat met haar benen opgetrokken op Marijes bank. “Het pept me op, het stimuleert me, het brengt me in extase. Maar het sloopt ons ook.”

“Ik volg je niet,” zei Marije en zette het theeglas op tafel. “Seks is seks, toch?”

“De ander vol in het gezicht spugen? Is dat seks?” Aster schaamde zich voor haar vraag. Toch moest ze dit gesprek voeren. Haar escapades met Joey brachten haar in de war, vooral omdat ze er zo intens van genoot. Ze dreigde het slachtoffer van haar eigen verlangens te worden. “En slaan? Hoort dat er ook bij?”

“Een klap op z’n tijd moet kunnen.” Er verscheen een ondeugende blik in Marijes ogen. Meteen begreep Aster dat haar vriendin nooit zoiets had meegemaakt. Ze koesterde zo’n naïeve fantasie die wel meer vrouwen hadden. In hun onwetendheid verwarden ze harde seks met spanning. Marije zou de striemen en blauwe plekken eens moeten zien.

“Je weet niet wat je zegt.” Aster leunde voorover en pakte een sigaret uit het pakje op tafel. Ze begreep zelf niet goed waarom ze weer was begonnen. “Misschien zijn niet alle fantasieën bedoeld om uit te komen.”

“Ik heb er nog genoeg waarvan ik hoop dat ze ooit waarheid worden.”

Aster keek naar het plafond terwijl ze de rook uitblies. Ze zag een vliegje spartelen in een web. De spin bleef rustig in het midden zitten tot zijn prooi uitgeput was.

“Eerst dacht ik dat Joey me feilloos aanvoelde. Nu denk ik dat het te ver gaat.”

“Praat er dan over met hem. Als hij om je geeft, zal hij bereid zijn naar je te luisteren.” Het vliegje stopte met bewegen. Bliksemsnel schoot de spin erop af.

*

Aster, Aster, Aster…

Ethan werd laat in de middag wakker. Zijn eerste gedachten hadden allemaal met haar te maken.

Het begon met een beeld. Drie maanden na de ontmoeting zag hij haar gezicht nog steeds haarscherp voor zich. Met zo’n beetje iedere zin die ze zei gaf ze hem een knipoog. Ergens vermoedde hij dat het een zenuwtrekje was. Voor het effect maakte dat niet uit: hij werd er geil van.

Daarna herinnerde hij zich wat ze had gezegd. Terwijl ze een lacherig, flirterig gesprek met elkaar voerden zei ze plots bloedserieus: “Ik wil de man vinden die mij trouw is tot in de dood.”

Ethan wist direct dat hij die man zou zijn. Dat durfde hij niet uit te spreken. Vervolgens doemde de gedachte op die al weken door zijn hoofd spookte.

Zal ik haar ooit nog zien?

Hij ging aan de rand van het bed zitten. Zijn leven lang had hij niet zo vaak gezucht als de afgelopen dagen. Normaal gesproken kregen mensen hem niet zomaar in hun greep. Hij was onafhankelijk ingesteld en gezegend met een opgewekt karakter. Meestal had hij genoeg aan zichzelf.

Ethan kwam overeind, liep naar de keuken en zette koffie. Sinds de ontmoeting met Aster was hij gedeprimeerd geraakt. Hij had het gevoel dat hij op die zwoele avond in mei iets was verloren – iets wezenlijks waarvan hij zich tot die avond niet eens bewust was geweest.

Het koffiezetapparaat stopte met pruttelen. Ethan schonk een mok vol en liep ermee naar het raam van zijn appartement. Hij ging in de vensterbank zitten en keek uit over de buurt.

*

Aster voelde zich thuis in Oost. Ze hield van de sfeer die er hing. Je kwam er allerlei soorten mensen tegen – van zakenmannen tot zwervers, bejaarden tot kroegtijgers en transgenders tot gymjunkies.

Vandaag was ze niet in de stemming voor andere mensen. Daarvoor was de pijn te vers. Ze had Marijes advies opgevolgd en Joey die ochtend gebeld. Het gesprek had haar getroffen in haar ziel.

“Je geilt er gewoon op,” had hij gezegd. Het kwam nauwelijks voor dat hij meer dan drie woorden tegen haar sprak. Dit moest wel iets betekenen. Daar hoefde geen psycholoog aan te pas te komen.

“Klinkt alsof je het me verwijt.”

“Dat doe ik ook.”

“Waarom? Wat kan ik eraan doen? Het is sterker dan ik. Dat heb ik al eerder verteld.”

“Blijkbaar ben je zelf te zwak.”

“Zwak? Begrijp je dan niet dat het heel veel kracht kost om dit met jou te blijven doen?” Er
klonk een snik in haar stem.

Hij pufte.

“Je doet net of ik degene ben die hier opgewonden van raakt.”

“Ik heb je anders nooit horen klagen.” Aster zag de handboeien aan de muur hangen en voelde een traan opkomen. Niemand had haar ooit zo gekrenkt als Joey. “Ik geef m’n diepste verlangens aan je bloot. Het enige wat jij doet is mij daarvoor veroordelen.”

De schoft was in lachen uitgebarsten. Aster had gezegd dat ze hem diezelfde middag nog wilde spreken. Op neutraal terrein. Anders zou de verleiding weer te groot worden.

Gelukkig woonden ze slechts een kilometer bij elkaar vandaan. Ze hadden afgesproken om elkaar in het midden te treffen, op de brug over de Ringvaart.

Aster hield even in, liep naar de rand en keek een tijdje uit over het water. Daarna draaide ze haar hoofd om. Er waaide een frisse wind in haar gezicht.

*

Ethan had zich niet vergist. Asters goudbruine ogen keken recht in die van hem. Zijn hart kwam weer op gang, alsof haar blik hem drie maanden na dato reanimeerde.

Tegelijkertijd werd hij bevangen door paniek.

Hij had geen idee waar het vandaan kwam, want het ontstond niet van binnen. Het was een waas die over hem heen trok en hem verlamde.

Op dat moment zag hij iemand op Aster aflopen. Een licht getinte man van een jaar of veertig met een stoppelbaard. Hij had een venijnige blik in z’n ogen en ging vlak voor haar staan.

Ethan voorvoelde dat er iets vreselijks ging gebeuren.

*

Aster vroeg zich af waar Joey bleef. Ze leunde tegen de rand van de brug en keek opnieuw naar de overkant van de straat, waar een man vanuit zijn appartement onophoudelijk naar haar staarde. Waar kende ze hem toch van?

Irritant, dacht ze en draaide haar hoofd weg. Ze had weinig behoefte aan pottenkijkers. Gelukkig waren er verder nauwelijks mensen op straat. In de verte zag ze een man lopen. Het was Joey.

Haar hart ging sneller kloppen naarmate hij dichterbij kwam. Voor het eerst sinds Aster hem had ontmoet had ze zélf een besluit in hun relatie genomen. Dit zou de laatste keer worden dat ze elkaar zouden zien.

Joey ging vlak voor Aster staan en keek haar strak aan. Ze voelde geen angst. Inmiddels wist ze dat ze al die tijd bang voor zichzelf was geweest.

“Je wilde me spreken?”

“Ik wil opheldering,” zei ze. “Waarom veroordeel je mijn verlangens?”

“Omdat ze me kapotmaken.”

Ze wierp hem een meewarige blik toe.

“Kapotmaken, zeg je?”

“Dat heb je goed gehoord ja.” Het kostte hem moeite om stemvast te blijven. “Als dit nog veel langer duurt, dan ga ik eraan onderdoor.”

Aster bracht een schamper lachje uit. Ze had haar donkerste lusten op Joey botgevierd. Talloze keren had ze hem in de boeien geslagen, bespuugd, gemept, zijn bloed laten vloeien, hem laten gillen en krijsen, de keel dichtgeknepen, pijn gedaan. De hele tijd verkeerde ze in de overtuiging dat hij ervan genoot. En nu dit.

“Waarom zijn mannen tegenwoordig zulke mietjes?”

“Wat ben jij een ziek wijf,” siste Joey. “Het windt je gewoon op om mensen te martelen.”

Er trok een duivelse gloed over haar gezicht.

“Juist,” zei ze bedaard. “Ik zoek een kerel die daartegen kan. Een echte vent. Helaas ben je niet door de selectie gekomen.”

“Kan me niet schelen! Ik heb er genoeg van!”

Uit haar jaszak haalde ze een pistool tevoorschijn en zette die op zijn borst. Hij keek haar verschrikt aan.

“Wat… wat ben je van plan?”

“Ik zorg ervoor dat mijn geheim bewaard blijft.”

Ze haalde de trekker over. De geluidsdemper smoorde de knal. Zijn bleekblauwe ogen versteenden. Het bloed spatte op haar wangen uiteen.

Ethan zag de man in elkaar zakken. Meteen keek Aster zijn kant op. Nu wist hij waar de paniek vandaan kwam. Hij was de enige getuige van de moord. Ze grijnsde. Daarna richtte ze de loop van het pistool op hem.

Aster had de man gevonden die haar trouw zou zijn tot in de dood.

 

Lees ook Marketeers van de dood, een ander kort verhaal met een twist.