Phileyne

Zwijgend tuur ik over mijn moeders schouders naar de snelweg die zich voor ons uitstrekt. De vrouw met wie ze de lakens deelt, valt niet op vrouwen. Voor mij is dat geen nieuws: ik ben al sinds mijn puberjaren op de hoogte van Phileynes ware aard. Voor mijn moeder zal het echter wel nieuws zijn – breaking news zelfs.

De ontdekking dat ze jarenlang de liefde heeft bedreven met een vrouw die er al die tijd een actief seksleven met het andere geslacht op nahield, zal een schok zijn die ze niet gauw te boven komt. En ook al weet ze die klap te verwerken, dan zal langzaam maar zeker het besef doordringen dat haar bloedeigen zoon alles voor haar verborgen heeft gehouden. Ze zal zich realiseren dat er binnen de muren van haar huis – de riante villa die ze uit liefde voor Phileyne heeft laten bouwen – een complot tegen haar gesmeed is. Mijn moeder zal de rest van haar leven nooit meer een mens vertrouwen.

Toch moet ik mijn geheim met haar delen. Ogenblikkelijk. Voordat het te laat is. Maar vooralsnog houd ik mijn kaken stijf op elkaar.

Mijn moeders achterhoofd is onmiskenbaar: een overdadige bos roodbruine krullen die met elke beweging meedeint op haar schouders. Een succeskapsel, zoals ze het zelf noemt. Daar heeft ze gelijk in. In het bedrijfsleven stond ze al bekend als die harde zakenvrouw met dat onstuimige kapsel. Tegenwoordig wordt ze als minister van Economische Zaken niet alleen geliefd om haar daadkrachtige optredens en om haar heldere taalgebruik, maar ook om haar excentrieke voorkomen. Een aanzienlijk deel van haar stemmen heeft ze aan die krullen te danken. Dat is algemeen bekend.

Momenteel hangt de krullenbos doodstil in haar nek, aangezien de Audi die ze bestuurt geruisloos over de snelweg glijdt. Wordt dit onze laatste gezamenlijke autorit? Mijn blik valt op de passagiersstoel naast haar. Die zal in ieder geval niet lang meer onbezet zijn. Ik duw mijn tong tegen mijn gehemelte. Eén verkeerde beweging kan fataal zijn.

Een dag na mijn vierde verjaardag scheidde mijn moeder van mijn vader. Ik was te jong om te begrijpen dat hij de reden was waarom zij het hele jaar door verhullende kleding droeg, maar ik was oud genoeg om te merken dat na zijn vertrek de nachten stil werden. Al gauw was ik aan deze nieuwe werkelijkheid gewend. Ik heb mijn ouders dan ook nooit als een eenheid ervaren. Er was een moeder, er was een vader en ik was het enige verband tussen die twee. Van kleins af aan heb ik daarmee leren leven.

Bijna tien jaar later had ik ineens nog een moeder. Daar kon ik minder makkelijk mee omgaan – vooral omdat mijn vader eraan onderdoor ging. Eerst weigerde hij om te erkennen dat mijn moeder op vrouwen viel. Vervolgens begon hij zichzelf ervan te overtuigen dat hij degene was die haar lesbisch had gemaakt. Uiteindelijk nam het verwijt de overhand. Vanaf dat moment beschouwde hij haar als een verraadster.

Bovendien was de timing van mijn moeders coming-out een stuk ongelukkiger dan die van de scheiding. Ik begreep precies wat er aan de hand was en liep ondertussen over van de hormonen. Het maakte me onzeker dat er een vreemde vrouw in ons huis rondliep. Een vrouw die liefst twintig jaar jonger was dan mijn moeder – en maar tien jaar ouder dan ik.

Met haar komst keerde de onrust in ons huis terug. Maar dit keer was mijn moeder niet het slachtoffer. Die was te vaak van huis om er überhaupt iets van te merken. Daarbij was ze verblind door liefde. Na een paar maanden vroeg ze Phileyne ten huwelijk.

De hele trouwzaal applaudisseerde toen mijn moeder haar nieuwe echtgenote vol op de mond kuste, vurig, secondelang. De hele zaal, behalve ik. In gedachten was ik bij mijn vader. Ik had me niet eerder zo sterk met hem verbonden gevoeld. Want hoewel onze pijn onvergelijkbaar was, begreep ik voor het eerst wat hij had doorgemaakt.

Enkele uren later werd hij dood aangetroffen. Zelfmoord, wees het onderzoek uit. De lijkschouwer vertelde dat mijn vader een gruwelijke dood had gekozen: een cyanidepil was hem fataal geworden. Hij had geen afscheidsbrief achtergelaten. Die was ook niet nodig. Hij had zijn motieven genetisch aan mij doorgegeven.

Het verraad dat mijn vader voor zijn dood had gevoeld, stroomde door mijn aderen.

Behoedzaam draait mijn moeder de auto het woonerf op. We rijden stapvoets langs een rij twee-onder-een-kapwoningen. De afgelopen weken woonde ik weer even met haar samen. Phileyne vertelde dat ze zich bekneld voelde. Dat ze tijd en ruimte nodig had om zichzelf te hervinden. Dat ze een tijdje niet in mijn moeders omgeving wilde zijn.

Ik wist gelijk dat dit onzin was. Mijn moeder is bijna nooit thuis. Als ze niet zo verblind zou zijn, zou ze wellicht inzien dat ze niets met Phileynes afwezigheid te maken heeft. Haar geliefde is een verraadster. De voorbije dagen heb ik voldoende kansen gehad om daarover te spreken. Maar ik druk met mijn tong tegen mijn tanden en blijf het verzwijgen.

De motor draait nog terwijl mijn moeder een make-updoosje uit haar tas pakt. Ik kijk toe hoe ze in de achteruitkijkspiegel haar lippen stift. Hoewel ze behoorlijk stressbestendig is, heb ik haar niet vaak zo gespannen gezien. Plots staart ze me recht in mijn ogen aan. Iets te lang. Ik draai mijn hoofd weg en kijk naar buiten. Zou ze iets vermoeden?

Verderop zie ik een voordeur opengaan. Er komt een vrouw tevoorschijn – een lange, slanke brunette. Phileyne. Ze draait de deur in het slot, stopt de sleutels in haar handtasje en beweegt zich onze kant op. Ik volg haar met de ogen van mijn vader. Ze heeft haar haren in een strakke knot samengebonden, draagt een oranje jurkje en loopt op beige sleehakken.

Mijn moeders ademhaling stokt. Ze slaapt al jaren met deze vrouw, maar raakt nog steeds een beetje van streek van haar verschijning. Dat is begrijpelijk. En het is tragisch. Phileyne is een vrouw om voor te sterven.

Letterlijk.

Vlak voordat ze instapt, weet ik dat het te laat is. Mijn deur wordt opengerukt. Twee handen grijpen me vast en sleuren me uit de auto, waarna ik met een smak op de tegels terechtkom. De grond is koud. Mijn armen worden hardhandig op mijn rug gedraaid, waarbij ik iets voel knakken in mijn schouders.

“U staat onder arrest op verdenking van verkrachting,” hoor ik iemand zeggen. Handboeien klikken om mijn polsen.

In een flits zie ik hoe Phileyne naar me staart. Ik zie het verlangen in haar blik. Ze wil het nog steeds. Ze heeft er al die jaren van genoten. Ze schreeuwde het uit. En ze heeft het zelf uitgelokt. Ja, ze lokte het keer op keer uit – tot bloedens toe. Stelselmatig heeft ze de geest van mijn vader in mij aangewakkerd, totdat er geen weg terug was.

Dan zie ik de verbijstering van mijn moeder. Er is maar één man naar wie ze eerder zo heeft gekeken. Ik haal mijn kaken van elkaar, bijt de capsule doormidden en zet mijn keel open. Ik treed in de voetsporen van mijn vader – uit liefde voor mijn moeder.

Mijn afscheidsbrief heet Phileyne.

 

Lees ook Bedpartners, een ander kort verhaal met een twist.